Slijterij den Gouwenaar
Meer dan 500 bier

 

GOUDS KUITBIER

In de loop van de 14e eeuw verving hopbier het gruitbier in de Nederlanden. 
Naast dit hopbier waren er nog lokale soorten zoals aal en turfbier. 
Natuurlijk werd er naast deze zware bieren voor de betere klasse en de export ook nog kleinbier gebrouwen. Dit kleinbier was voornamelijk bestemd voor de "gewone" bevolking.

Aan het begin van de 15e eeuw werd in Holland een nieuw bier ontwikkeld. Vooral in Gouda , Delft en in Haarlem kwam het kuitbier tot ontwikkeling. 
Het was een nieuw bier wat een plaats in de markt verwierf omdat het goedkoper was dan het hopbier en sterker dan het kleinbier. 
We zien in de geschriften dat een groot verschil met het hopbier was dat gemoute gerst gebruikt werd als graan. Dit naast het al gebruikte tarwe en haver. 
Deze laatste graansoorten werden ook voor hopbier gebruikt.

Dit nieuwe bier veroverde niet alleen plaatselijk een marktaandeel maar ook in de zuidelijke Nederlanden, hier was hopbier ook ontwikkeld en de bestaande hopbieren uit onze streek konden de concurrentie niet aan. 
Zowel Gouda als Delft en Haarlem waren in staat grote hoeveelheden kuitbier af te zetten in zuid Nederland. 
Als we kijken naar de totale behoefte aan graan zien we dat het gebruik van gerst in kuitbier een daling van 30% van de storting van graansoorten veroorzaakte.

Aan het begin van de 16e eeuw zien we dat er in de brouwcentra in de Nederlanden meer kuitbier dan hopbier gebrouwen wordt. 
De samenstelling van kuitbier was in de verschillende steden net anders. 
In Gouda werd naar verhouding meer tarwe en iets minder gerst gebruikt dan in bijvoorbeeld Haarlem. Ook werd in het Goudse kuitbier rogge gebruikt.

Jammer genoeg is niet te achterhalen hoe de brouwers in deze tijden omgingen met de kwaliteit van het water, vooral de hardheid is belangrijk. 
Ook is lang niet altijd duidelijk hoe de hopgift in deze biersoort was en welke kruiden in welke hoeveelheden gebruikt zijn. 
Wel vinden we in geschriften in deze tijd dat regelmatig koriander en/of sinaasappelschil toegevoegd worden. 
Toch waren de brouwerijen in Gouda in staat bier van een constante kwaliteit te brouwen dit blijkt wel uit de exportcijfers van het kuitbier. 
Om een constante kwaliteit van het bier te garanderen werden er minimum eisen aan de productie van kuitbier gesteld.

In tijden van economische teruggang gaf dit wel problemen. 
Omdat de brouwers van kuitbier aan minimum eisen moesten voldoen werd bier naar verhouding duur. 
In Delft maakten brouwers twee bieren van verschillende kwaliteit en prijs en daarnaast ook nog kleinbier. 
Hierdoor waren zij in exportgebieden in staat een groter deel van de markt te bedienen. 
Zij waren in staat hun producten in alle lagen van de bevolking te slijten. 
Brouwers uit Gouda waren wettelijk verplicht uit voorgeschreven hoeveelheden graan één biersoort te maken.

Deze wettelijke restricties bleven gehandhaafd tot in de 16e eeuw en vormde een grote belemmering in de concurrentie met bijvoorbeeld bieren uit Delft

 

Volg ons op:


Op de hoogte blijven? Schrijf je in!